“Je bent hier nooit te veel”

Vrijwilliger Boukje Nieuwenhuijs over zorgen, koken en de tuin van Hospice Zwolle

 

 

“Het is heel bijzonder om in de laatste levensfase van iemand nog iets te mogen en te kunnen betekenen.” Boukje Nieuwenhuijs zegt het rustig, maar in die zin zit precies waarom ze al jaren vrijwilliger is bij Hospice Zwolle. Ze werkt er in de tuin, als zorgvrijwilliger en binnenkort ook als kookvrijwilliger.

 

Van onderwijs naar hospice

Boukje komt niet uit de zorg, maar de zorg was nooit ver weg. Ze werkte jarenlang in het onderwijs, waar ze lesgaf aan studenten maatschappelijke zorg. “Ik heb wel heel veel gezien in zorginstellingen, maar nooit met mijn handen aan het bed gestaan.”

Toen ze met pensioen ging, midden in coronatijd, wist ze één ding zeker: ze wilde vrijwilligerswerk doen. Ze begon bij het Filmhuis, waar ze nog steeds actief is. Later hoorde ze op een feestje iemand vertellen over Hospice Zwolle. “Die man kende ik helemaal niet, maar hij vertelde dat hij vrijwilliger was bij het hospice. Toen dacht ik: oh ja, dat lijkt me ook wel wat.”

Inmiddels is ze vier jaar betrokken bij het hospice. Eerst in de tuin, later ook in de zorg. En nog altijd voelt het goed. “Ik vind het fijn en leuk om voor iemand te mogen zorgen. Ik ben wel een zorgzaam iemand.”

 

De tuin als plek van leven

Toen Boukje zich aanmeldde als zorgvrijwilliger, was er op dat moment geen plek in de opleiding. Wel was er dringend iemand nodig voor de tuin. Dat paste haar goed. “Tuinwerken vind ik ook heel leuk. Ik hou van planten en ik hou van buiten zijn.”

Juist in een hospice heeft de tuin een bijzondere betekenis. In de winter kan alles kaal en stil zijn, maar in het voorjaar komt er weer leven uit de grond. “Dat vind ik prachtig. En ik vind het leuk dat de gasten enorm genieten van die mooie tuin. Dat draagt echt wel wat bij.”

Er zijn vogels, vlinders, eksters en eekhoorns. Kleine dingen, maar juist die kleine dingen kunnen veel betekenen. Voor gasten, maar ook voor hun naasten.

 

Zacht, warm en liefdevol

Binnen, als zorgvrijwilliger, zit de waarde voor Boukje vooral in aandacht. Niet altijd in grote handelingen, maar juist in het kleine. “Een kopje koffie geven, een luisterend oor bieden, iemand zijn hand vasthouden, zorgen dat het in de kamer netjes is, familie ontlasten.”

Voor haar gaat het om kwaliteit van leven in de laatste fase. “Dat mensen zacht, warm, liefdevol mogen sterven.”

Die waardering komt vaak terug van naasten. Zij merken dat er goed naar hun dierbare wordt omgekeken. “Dat wij er altijd zijn en altijd voor die mensen aanstaan. Als je hier bent, ben je hier ook echt honderd procent.”

Voor gasten zelf kan het soms moeilijk zijn om hulp te vragen of dingen los te laten. Boukje ziet dat vaker. “Terwijl wij er juist zijn om dat stukje wat ze niet meer kunnen of minder goed kunnen over te pakken. Zodat ze alle tijd voor zichzelf hebben. En voor hun naasten.”

 

Goed voorbereid aan de slag

Vrijwilliger worden bij Hospice Zwolle betekent niet dat je zomaar begint. Er is een training waarin vrijwilligers worden voorbereid op het werk. Daarin gaat het onder meer over sterven, grenzen aangeven, wat je wel en niet mag doen, feedback geven en transfertechnieken.

“Als iemand in bed ligt en verzorgd moet worden, of je moet iemand omdraaien of uit bed helpen: hoe doe je dat eigenlijk? Zonder dat je iemand pijn doet.”

Ook daarna blijven vrijwilligers zich ontwikkelen. Elk jaar kunnen ze een training volgen via VPTZ. Boukje volgde al een training over feedback geven en ontvangen. In het najaar wil ze een training volgen over omgaan met lastig gedrag.

Niet omdat ze dat makkelijk vindt, maar juist omdat ze zichzelf daarin wil blijven ontwikkelen. “Soms vertoont een gast ander gedrag. Dan vraag ik me af: is het mijn onmacht om daarmee om te gaan? Daar wil ik mee aan de slag.”

 

Nooit alleen

Het werk in een hospice kan intens zijn. Gasten komen soms voor langere tijd, soms maar heel kort. “Als iemand hier drie maanden ligt, dan bouw je wel een band op. Maar het komt ook voor dat iemand vandaag komt en morgen overlijdt.”

Elk sterven is anders, zegt Boukje. Soms is er vooral verdriet, soms ook opluchting. “Wat je heel vaak ziet, is dat naasten zeggen: gelukkig, het is voorbij. Je hebt verdriet, maar ook opluchting als het echt lijden is geweest.”

Toch kan Boukje het werk goed loslaten. “Als ik hier weg ben en de deur achter me dicht trek, dan is het hospice ook echt even weg. En als ik hier binnen ben, dan is de buitenwereld weg.”

Daarin helpt ook de structuur van het hospice. Vrijwilligers werken altijd met z’n tweeën. Er is dus altijd iemand om mee te overleggen. Daarnaast is er dag en nacht een coördinator bereikbaar. “Dat is heel fijn. Zeven dagen per week, vierentwintig uur per dag is er iemand beschikbaar.”

 

Samen met thuiszorg en huisartsen

De vrijwilligers staan er niet alleen voor. Elke gast heeft thuiszorg, vaak van Icare of Carinova. Sommige gasten hebben meerdere keren per dag zorg nodig, anderen minder. De thuiszorgmedewerkers geven bij binnenkomst en vertrek door of er bijzonderheden zijn.

Als vrijwilligers merken dat iemand benauwd is, niet comfortabel ligt of hard achteruitgaat, schakelen ze met de thuiszorg. Die bepaalt of er contact moet worden opgenomen met de huisarts.

Gasten uit Zwolle houden meestal hun eigen huisarts. Mensen van buiten Zwolle krijgen een vaste huisarts die verbonden is aan het hospice. Zo blijft de zorg persoonlijk én professioneel georganiseerd.

 

Je bent nooit te veel

Elke gast krijgt bij binnenkomst een alarmbandje. Als iemand hulp nodig heeft, gaat de telefoon van de vrijwilliger af en is direct te zien om welke kamer het gaat. Toch bellen sommige gasten niet snel.

“Ze hebben dan het gevoel dat ze te veel zijn,” zegt Boukje. “Maar je bent nooit te veel.”

Daarom lopen vrijwilligers ook af en toe even binnen. Zeker als tijdens de overdracht wordt gezegd dat iemand niet snel belt. Soms is er praktische hulp nodig. Soms alleen een praatje. “Dan ga je ernaast zitten. Even aandacht.”

 

Een zorgvuldig afscheid

Ook na het overlijden blijft de zorgvuldigheid. Eerst moet een arts officieel het overlijden vaststellen. Daarna wordt in de gang een kaarsje aangestoken. Wanneer de gast wordt uitgeleid, gebeurt dat op de manier die de gast of familie wenst.

Soms gaat iemand in een kist weg, soms op een baar. Er is een mooie doek die over de kist gelegd kan worden, als de familie dat wil. De vrijwilligers die aanwezig zijn, staan in de gang. Twee vrijwilligers lopen mee naar buiten, voor de rouwauto uit.

“We brengen iemand echt weg,” zegt Boukje. “Er wordt met heel veel zorg, respect en aandacht uitgeleide gedaan.”

Als de auto uit zicht is, gaan de vrijwilligers weer naar binnen. De familie blaast, als zij dat willen, het kaarsje uit. “Als een soort ritueel. Het is hier afgelopen.”

 

Koken met liefde

Naast de tuin en de zorg komt er voor Boukje binnenkort nog iets bij: koken. Hospice Zwolle gaat werken met kookvrijwilligers, en dat past haar goed. “Koken vind ik heel leuk. En ik weet dat ik lekker kan koken.”

Ze zegt het met een glimlach. “Een beetje arrogant, maar je moet weten waar je goed in bent.”

Koken is altijd een rode draad geweest in haar leven. In het onderwijs gaf ze veel kooklessen. Ze heeft zelfs ooit overwogen om kok te worden. “Misschien gaat mijn hart wel uit naar koken.”

Dat ze die passie nu ook in het hospice kan inzetten, vindt ze mooi. Want ook eten kan zorg zijn. Een geur uit de keuken, iets vertrouwds op een bord, een maaltijd met aandacht gemaakt. Ook dat kan bijdragen aan comfort in een kwetsbare fase.

 

Onderdeel blijven van de maatschappij

Boukje is actief, betrokken en blijft graag van betekenis. In de tuin, in de zorg, straks in de keuken en daarnaast nog bij het Filmhuis. “De tijd dat ik achter de geraniums ga zitten, die komt nog wel. Die wil ik nog even uitstellen.”

Bij Hospice Zwolle vond ze een plek waar haar zorgzaamheid, ervaring en liefde voor koken en buiten zijn samenkomen. Een plek waar ze iets kan betekenen in het klein, juist op momenten die groot zijn.

“Het is fijn om voor iemand te mogen zorgen,” zegt ze. “Om nog een beetje kwaliteit van leven te kunnen bieden in die laatste fase.”