“Ik mag me overal mee bemoeien”

 

 

Coördinator Karin Westerhof over verbinden, luisteren en haar rol binnen Hospice Zwolle.

 

Soms gaat Karin Westerhof aan het einde van haar werkdag naar huis met het gevoel dat ze weinig heeft gedaan. ‘Dan heb ik de hele dag gekletst’, zegt ze. Haar deur staat dan ook altijd open. Een vrijwilliger loopt binnen met een vraag, een naaste wil iets bespreken en tussendoor gaat de telefoon over een mogelijke nieuwe gast.

Juist in die gesprekken gebeurt een belangrijk deel van haar werk. Als coördinator verbindt Karin de mensen in en rond Hospice Zwolle. Ze luistert, denkt mee en zorgt dat anderen hun werk goed kunnen doen. ‘Daar ben ik eigenlijk voor.’

 

De deur staat altijd open

Samen met haar collega Joke Boerma is Karin verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het hospice. Ze werken inmiddels bijna zeven jaar samen en vullen elkaar aan vanuit hun eigen achtergrond. Joke was al betrokken bij de voorbereiding van de opening in 2016 en brengt veel ervaring mee op het gebied van facilitaire dienstverlening en zorgmanagement. Samen pakken ze op wat er per dag nodig is. Hun werkdagen zijn verdeeld over de week. Op woensdag zijn ze er allebei en nemen ze uitgebreid door wat er speelt. Zo benutten ze elkaars sterke kanten en is er altijd iemand bereikbaar voor gasten, naasten, vrijwilligers en zorgverleners.

 

Binnen die taakverdeling laat een werkdag zich moeilijk voorspellen. Het ene moment bespreekt Karin de komst van een nieuwe gast, even later helpt ze een vrijwilliger. Ook scholing, kwaliteit, veiligheid en praktische zaken in het huis horen bij haar werk.

Dat brede takenpakket past bij de ervaring die Karin in de zorg heeft opgebouwd. Ze werkte onder meer als verpleegkundige, transferverpleegkundige, leidinggevende en zorgconsulent. Bij Isala begeleidde ze mensen die na een ziekenhuisopname naar huis, een woonzorgcentrum of een hospice gingen. Zo leerde ze de hospicezorg al van een andere kant kennen. Toen er een vacature bij Hospice Zwolle kwam, hoefde ze dan ook niet lang na te denken.

 

In haar huidige werk komen zorg, organiseren en contact met mensen samen. ‘Ik vind het super om me overal mee te mogen bemoeien’, zegt ze met een glimlach. Niet omdat alles om haar draait, maar omdat al die verschillende onderdelen samenkomen rond één vraag: wat hebben de gast en de mensen om diegene heen nodig?

 

Van het eerste telefoontje naar een vertrouwd gezicht

Het contact met Hospice Zwolle begint vaak met een telefoontje. Soms belt een huisarts of thuiszorgmedewerker. Soms neemt een familielid contact op. En soms belt iemand zelf, omdat thuis blijven moeilijker wordt.

 

Wie zich eerst rustig wil oriënteren, kan komen kennismaken. De coördinatoren laten het huis zien en vertellen wat er mogelijk is. Vanaf dat eerste contact willen Karin en Joke herkenbaar en bereikbaar zijn. ‘Je merkt dat het veilig voelt als mensen direct een gezicht hebben dat uitleg en duidelijkheid kan geven,’ aldus Karin.

 

Ook na de inhuizing proberen de coördinatoren iedere dag even bij de gasten langs te gaan. Zo’n bezoek kan kort zijn. Soms ontstaat er een gesprek, soms is er alleen een vraag en soms merken ze dat er iets niet helemaal naar wens gaat. Dan kan er vaak direct iets worden aangepast.

 

‘Dat dagelijkse contact is geen vast controlemoment. Wil iemand rust of liever niet te veel mensen zien, dan respecteren we dat’, zegt Karin. Wat de coördinatoren moeten weten, kunnen ze ook via een naaste, vrijwilliger of zorgverlener horen. De gast houdt zoveel mogelijk zelf de regie.

 

Ondersteunende rol voor iedereen

Wie door Hospice Zwolle loopt, ziet vooral een rustig en huiselijk huis. Achter die rust staat een grote groep mensen. Ruim honderd vrijwilligers helpen bij de dagelijkse ondersteuning van gasten en naasten. Anderen koken, werken in de tuin of houden zich bezig met techniek en ICT.

 

Nieuwe vrijwilligers beginnen met een kennismakingsgesprek en lopen eerst mee. Zorgvrijwilligers krijgen daarnaast een opleiding. Ook later zijn er trainingen en thema-avonden. Want goede bedoelingen zijn belangrijk, maar vrijwilligers moeten ook weten wat zij kunnen doen en waar hun grenzen liggen.

 

Dat geldt ook voor de samenwerking met de professionele zorg. De huisarts en thuiszorg zijn verantwoordelijk voor de medische en verpleegkundige zorg. Vrijwilligers en coördinatoren zijn een groot deel van de dag in het huis aanwezig en merken daardoor weer andere dingen op. Wat verandert er bij een gast? Wat valt een vrijwilliger op? En is er iets wat met de thuiszorg moet worden besproken? Karin en Joke helpen om die signalen op de juiste plek te krijgen, zonder het werk van de zorgverleners over te nemen.

 

Soms zit kwaliteit in iets heel praktisch. Karin en Joke willen dat vrijwilligers zich goed voorbereid en gesteund voelen. Tegelijk moet hun inzet ook henzelf iets geven: een mooi gesprek, een glimlach of het gevoel dat ze van betekenis zijn geweest. Karin voegt toe: ‘Je kunt hier wel iets willen brengen, maar je moet ook iets kunnen halen. Anders krijg je geen energie.’

Daarom kijken de coördinatoren niet alleen naar wat gasten nodig hebben. ‘Als de vrijwilligers het goed hebben, heeft onze gast het ook goed. Zij dragen het hospice’, zegt Karin.

 

Bijna zoals thuis

Alle afstemming achter de schermen heeft uiteindelijk één doel: gasten zoveel mogelijk laten leven op de manier die bij hen past. De één ontvangt graag bezoek in de woonkamer, de ander zoekt de rust van de eigen kamer op.

Ook in de keuken is die vrijheid merkbaar. Een kookvrijwilliger sluit aan bij de overdracht en vraagt daarna aan de gasten waar zij trek in hebben. Familie en ander bezoek mogen mee-eten. Vervolgens worden de boodschappen gedaan en wordt er vers gekookt. Geen uitgebreid restaurantmenu, maar juist een gewone maaltijd die vertrouwd voelt. Iets wat iemand thuis ook graag at.

‘We zijn een bijna-thuis-huis’, zegt Karin. ‘En bijna thuis is bijna zoals je het thuis ook doet.’

 

Mooie laatste dagen

Mensen die nog nooit in een hospice zijn geweest, denken soms dat het er alleen stil, donker en verdrietig is. Natuurlijk is er verdriet. Gasten en hun naasten weten dat het leven eindigt. Maar dat betekent niet dat het leven in het huis stilstaat. Er wordt gepraat, gegeten en gelachen. Er klinkt muziek, familie zit samen aan tafel en er is ruimte voor een mooie dag of een klein, vertrouwd moment.

 

‘Mensen leven nog in het hospice. Die laatste dagen of weken mogen ook mooi zijn.’

Dat is voor Karin de betekenis van haar werk. Niet dat zij alles zelf doet, maar dat zoveel verschillende mensen samen iets mogelijk maken. Vrijwilligers, naasten, huisartsen, thuiszorgmedewerkers, coördinatoren en vele anderen dragen ieder hun eigen deel.

 

‘Ik vind het mooi om onderdeel te zijn van deze hele keten. Dat we dit met elkaar in de maatschappij voor elkaar krijgen.’