“Het geeft mensen een stukje eigenwaarde terug”
Kapper Gert Huisman over zijn werk voor Hospice Zwolle

Toen Gert Huisman werd gevraagd of hij gasten van Hospice Zwolle wilde knippen, moest hij daar eerst even over nadenken. “Ik dacht: wie zit daar nou op te wachten? Als je doodgaat, wat kan je haar je dan nog schelen?”
Pas toen hij in het hospice kwam, begreep hij hoeveel een knipbeurt nog kan betekenen. Niet alleen voor een laatste foto met familie, maar ook voor het gevoel van eigenwaarde, frisheid en normaliteit.
Gert is kapper en eigenaar van Hair in the City in Zwolle. Op aanvraag komt hij naar het hospice om gasten te knippen. Inmiddels doet hij dat al vanaf de beginperiode van Hospice Zwolle.
Een laatste foto
Veel gasten hebben voordat ze naar het hospice komen lange tijd in het ziekenhuis gelegen. Een bezoek aan de kapsalon is dan vaak al maanden niet meer mogelijk geweest.
Het gaat volgens hem om meer dan alleen hoe iemand eruitziet. Een knipbeurt kan ook iets teruggeven wat door ziekte langzaam verloren is gegaan.
“Het geeft een stukje eigenwaarde terug. En het is even weer een normaal moment.”
Gert probeert het haar zo mooi mogelijk te knippen en te föhnen. Tegelijkertijd maakt hij graag een praatje. Niet alleen over ziekte of het naderende afscheid, maar juist over het gewone leven.
“Ik probeer het gesprek luchtig te houden, zodat iemand de ellende even kan vergeten. Ik vraag bijvoorbeeld waar iemand op school heeft gezeten, wat voor werk diegene heeft gedaan of waar iemand vandaan komt.”
Even iets anders
Het mooiste vindt Gert het wanneer hij iemand een halfuur lang wat lucht kan geven.
Zo raakte hij eens in gesprek met een Indonesische gast van het hospice. Toen Gert vertelde dat rendang zijn favoriete gerecht was, begon de man enthousiast uit te leggen hoe hij dat het beste kon maken.
“Ik kreeg een heel recept van hem mee. Hij was helemaal enthousiast. Ik ging met een goed recept weg en we hadden gewoon een heel leuk gesprek.”
Juist zulke momenten laten zien dat het hospice niet alleen een plek van verdriet is. Er wordt gepraat, gelachen en herinnerd. Soms gaat het even helemaal niet over ziek zijn.
Een andere gast die Gert is bijgebleven, was een oudere tekenleraar. De man was dementerend, maar kon nog altijd prachtig tekenen. Vanuit het hospice maakte hij een tekening van de tuin.
Na zijn overlijden kwam zijn vrouw terug naar Gert. Ze bracht de tekening mee, samen met een doosje bonbons, omdat haar man zo blij was geweest met zijn knipbeurt. “Dat doet me dan toch wel wat. Het is een heel duidelijk teken dat je iets voor iemand hebt betekend.”
Niet ieder moment is licht
Hoewel de meeste bezoeken positief zijn, zijn er ook moeilijke momenten. Gert vertelt over een relatief jonge vrouw die hij eerst kort had geknipt. Haar haar bleef daarna verder uitvallen, waardoor het uiteindelijk helemaal afgeschoren moest worden.
“Voor een vrouw is haar vaak zo belangrijk. Ze wilde zichzelf ook in de spiegel zien. Dat was heel confronterend en de tranen stonden in haar ogen.”
Normaal rijdt Gert na een bezoek met een goed gevoel naar huis. Dan weet hij dat hij iets heeft kunnen bijdragen. Na deze knipbeurt voelde dat anders.
“Toen kwam ik thuis en dacht ik: dit was gewoon een heel moeilijk moment.”
Toch is hij blij dat hij er op zo’n moment kan zijn. Niet om het verdriet weg te nemen, maar om iemand rustig en met aandacht bij te staan.
Iedereen is gelijk
Gert is inmiddels 44 jaar kapper. In zijn Zwolse kapsalon ontmoet hij mensen met allerlei achtergronden. Ook in het hospice ziet hij die verschillen, maar daar vallen ze volgens hem grotendeels weg.
“Hier is iedereen gelijk. Arm of rijk, dat maakt hier allemaal niet meer uit. Iedereen zit in hetzelfde schuitje.”
Het werk vraagt volgens hem daarom niet alleen vakmanschap, maar ook levenservaring en inlevingsvermogen. Niet iedereen kan zomaar in deze omgeving werken.
“Je moet je kunnen inleven in de mens en in iemands achtergrond.”
Sommige gasten ziet hij één keer. Andere mensen blijven langer en knipt hij twee of zelfs drie keer. Hij komt alleen wanneer iemand dat zelf wil. Verandert een gast van gedachten of is iemand te verward, dan is dat ook goed.
“Dan ga ik gewoon weer naar huis. Dat hoort er ook bij.”
Ineens aan de andere kant
Een aantal jaar geleden kreeg Gert zelf op een heel andere manier met Hospice Zwolle te maken. Zijn vader bracht er zijn laatste levensfase door.
Toen Gert binnenkwam, vroegen vrijwilligers zoals altijd welke gast hij kwam knippen. “Ik zei: ik kom niet om te knippen. Mijn vader ligt hier.”
Toch pakte hij tijdens die dagen nog een keer zijn kappersspullen. Aan weerszijden van de kamer van zijn vader lag een mevrouw die graag nog geknipt wilden worden.
“Mijn vrouw en mijn moeder zaten buiten in het zonnetje en ik zei: kijk hen eens lekker zitten, en ik maar werken. Daar moesten ze om lachen. Mijn vader kon er gelukkig ook om lachen. Hij was er trots op dat ik dat deed.”
Zijn vader vertelde de vrijwilligers graag dat zijn zoon de kapper van het hospice was. Voor Gert was het een dubbel moment: verdrietig, maar ook bijzonder.
Zelf werd hij in die periode goed verzorgd door de vrijwilligers. “Ik werd een beetje in de watten gelegd. Er werd zelfs een kroketje voor me gemaakt.”
Meer dan alleen knippen
Gerts betrokkenheid bij Hospice Zwolle gaat inmiddels veel verder dan zijn kapperswerk. Toen er plannen kwamen voor nieuwbouw, zette hij zijn netwerk in om geld in te zamelen.
Samen met anderen organiseerde hij een groot benefietdiner in het Academiehuis Grote Kerk. Met twintig tafels, een veiling en een uitgebreid programma werd op één avond meer dan honderdduizend euro netto opgehaald.
Als eigenaar van een kapsalon heeft Gert door de jaren heen een groot netwerk opgebouwd. Dat zet hij nu in om ondernemers en bekende Zwollenaren bij de plannen van het hospice te betrekken.
“Dat netwerk misbruik ik dan een beetje voor het goede doel”, zegt hij met een glimlach.
Hij merkt dat veel mensen bereid zijn om bij te dragen. Volgens Gert komt dat ook doordat bijna iedereen vroeg of laat direct of indirect met palliatieve zorg te maken krijgt.
“Voor het hospice zeggen mensen niet zo snel nee.”
Zo normaal mogelijk
Wie nog nooit in een hospice is geweest, denkt misschien vooral aan stilte en verdriet. Gert ziet ook iets anders. Er wordt juist veel gelachen en geprobeerd het dagelijkse leven zo normaal mogelijk door te laten gaan.
Hij maakt graag een grapje met de vrijwilligers als hij binnenkomt. “Dan zitten ze koffie te drinken en zeg ik: kijk ze weer zitten, en ik maar werken.”
Die luchtigheid is belangrijk, vindt hij. “Je moet hier ook een beetje lol kunnen maken. Anders houd je het niet vol.”
Het kapperswerk past daar precies bij. Even aandacht voor het haar. Even praten over werk, school, eten of vroeger. Even geen patiënt of gast zijn, maar gewoon mens.
“Negentig procent van de mensen is blij dat ik kom”, zegt Gert. “Je hebt dan toch iets bijgedragen. Al is het maar dat je iemand een halfuur wat lucht hebt gegeven.”