“Je moet hier gewoon zijn”
Vrijwilliger en coördinator-ondersteuner Joke Hoekstra over Hospice Zwolle

“Als je hier binnenstapt, moet je je eigen leven even los kunnen laten. Je moet hier gewoon zijn.” Voor Joke vat die zin veel samen over het werk in Hospice Zwolle. Ze is er vrijwilliger en ondersteunend coördinator. Ook geeft Joke regelmatig gastlessen over het hospice aan onderwijsinstellingen in de buurt.
Een brede rol, maar voor Joke voelt het logisch. Na een lange loopbaan als intensive care-verpleegkundige en ambulanceverpleegkundige vond ze in het hospice opnieuw een plek waar zorg, aandacht en organiseren samenkomen.
Een rustige en waardige laatste fase
Joke werkt inmiddels tien jaar bij Hospice Zwolle. Daarvoor werkte ze 42 jaar als verpleegkundige, waarvan twintig jaar op de ambulance. Palliatieve zorg heeft haar altijd getrokken. “Ik vind deze zorg heel belangrijk. Ik gun eigenlijk iedereen dat mensen het einde van hun leven rustig en waardig kunnen doormaken, op een comfortabele manier.”
In het hospice gaat het niet alleen om de gast, maar ook om de familie. Thuis kan de zorg voor een zieke partner, vader of moeder zwaar zijn. Er moet van alles geregeld worden: boodschappen, bed verschonen, afstemmen met thuiszorg en huisarts. In Hospice Zwolle nemen vrijwilligers en zorgprofessionals veel van die praktische taken over.
“Als mantelzorger thuis heb je een hele grote taak. En als dochter ben je geen zorger, maar dochter. Hier kunnen mensen weer dochter zijn. Of partner. Er is weer ruimte voor andere dingen.”
Coördinator-ondersteuner
Naast haar werk als vrijwilliger is Joke coördinator-ondersteuner. Dat betekent dat ze diensten overneemt van de vaste coördinatoren wanneer zij vrij zijn, vakantie hebben of door andere werkzaamheden afwezig zijn.
“Dan zorgen wij dat het allemaal blijft lopen in het hospice,” vertelt ze. “We hebben contact met de thuiszorg, de huisarts, het ziekenhuis, het transferbureau en mensen die zelf bellen. Wij hebben dan gewoon de telefoon.”
Ook bij een inhuizing speelt de coördinator een belangrijke rol. Wanneer een nieuwe gast komt, wordt gekeken wat er nodig is, welke zorg geregeld moet zijn en welke informatie belangrijk is voor vrijwilligers en zorgverleners.
Kleine dingen die groot worden
Wat palliatieve zorg zo waardevol maakt, zit voor Joke vaak in het kleine. “Het geeft voldoening als je iets kunt betekenen voor iemand die terminaal is en binnenkort gaat sterven. Al is het maar heel klein.”
Ze herinnert zich een gast die eigenlijk niets meer wilde eten. Toen ze vroeg wat hij nog écht lekker vond, noemde hij gerookte zalm. “Ik zei: dan fiets ik nu naar de winkel en haal ik een stukje zalm voor u op. Toen zei hij: ik ben al in de hemel.”
Dat soort momenten blijven bij. Net als zorgen dat iemand comfortabel ligt, signaleren dat iemand pijn heeft, of doorgeven aan de thuiszorg dat er iets verandert. “Wij zien gasten vaak langer dan de thuiszorg. Dan kun je iets opmerken en doorgeven. Dat vind ik prettig om te doen. Gewoon omdat je mensen daar een plezier mee doet.”
Met de handen op de rug
Ondanks haar verpleegkundige achtergrond is Joke in Hospice Zwolle vrijwilliger. Dat vraagt soms bewust schakelen. “Als verpleegkundige moet ik hier mijn handen op de rug houden. In het begin moet je daar even aan wennen.”
Ze ziet soms dingen die ze vanuit haar vak meteen herkent. Toch is haar rol anders. Medische handelingen zijn voor de thuiszorg of huisarts. Vrijwilligers signaleren, ondersteunen en geven door.
“Ik ben hier gewoon vrijwilliger. Dat is mijn rol. Dat moet ik voor ogen houden.”
Tegelijkertijd helpt haar achtergrond natuurlijk wel. Ze herkent situaties in een stervensproces soms sneller. Maar nodig is zo’n zorgachtergrond zeker niet, benadrukt ze. “Er zijn heel veel mensen die niet uit de zorg komen en die hier heel goed functioneren.”
Er zijn voor de ander
Wat moet je dan wél kunnen als vrijwilliger in een hospice? Voor Joke begint het bij aanwezig zijn. Echt aanwezig zijn.
“Als je hier binnenstapt, moet je je eigen leven even los kunnen laten. Je moet hier gewoon zijn. Voordat je een kamer binnengaat, moet je je eigen dingetjes achter je laten.”
Dat betekent ook: niet je eigen verhalen centraal zetten. Niet meteen vertellen over je eigen vader, moeder of ervaring. “Je moet er zijn voor die mensen. Laat mensen zichzelf zijn. Dat is belangrijk.”
In Hospice Zwolle komen mensen met verschillende achtergronden, overtuigingen, waarden en normen. Daar moet je open voor staan, zegt Joke. “Je moet niet meteen je oordeel klaar hebben. Je moet mensen in hun waarde laten.”
Dat lukt niemand altijd perfect, zegt ze eerlijk. Iedereen denkt wel eens iets. “Maar dat moet je ook weer loslaten.”
In het hospice draait het om de gast. Het is vaak de laatste plek waar iemand verblijft. Daarom is eigen regie belangrijk. “Zij hebben de regie over wat ze willen of niet willen.”
Vrijwilligers kloppen altijd aan voordat ze een kamer binnenkomen. Wil iemand een hele dag geen vrijwilliger zien, dan is dat ook goed.
“We proberen mensen zo veel mogelijk rust te geven.”
Er is ook veel leven
Hoewel Hospice Zwolle een plek is waar mensen sterven, is het zeker niet alleen een plek van verdriet. “We hebben ook veel plezier hier,” zegt Joke. “Er gebeuren mooie dingen.”
Ze vertelt over afscheidsfeestjes, muziek en bijzondere momenten in de tuin. Een jonge vrouw die in bed in de huiskamer lag, omringd door vrienden en familie, met bitterballen en wijn. Een kleindochter die viool speelde in de tuin, terwijl de deuren van de kamers openstonden. Een harpiste die zacht speelde voor een onrustige gast, die daardoor helemaal ontspande.
“Dat is echt heel mooi om te zien. Dat zoiets kleins zoveel impact heeft.”
Het hospice probeert ruimte te maken voor wat nog kan. Een feestje, muziek, bezoek, stilte, rust. Soms groots, soms heel klein. Altijd afgestemd op de gast.
Gewoon mens zijn
Na tien jaar voelt Hospice Zwolle voor Joke als een plek waar ze haar ervaring, zorgzaamheid en organisatietalent kwijt kan. Als vrijwilliger aan de zijde van gasten en families. Als ondersteunend coördinator achter de schermen. En als gastdocent voor jonge mensen die de zorg ingaan.
De kern blijft voor haar steeds hetzelfde: aanwezig zijn zonder oordeel.
“Je moet er gewoon zijn voor die mensen,” zegt ze. “Mensen in hun waarde laten. Zij zijn hier, dit is hun laatste plek. Zij hebben de regie.”